Een aantal waardevolle lessen na een ochtendje frisbeeën (of frisbieren volgens de kleuter van 4) op het voetbalveldje:
Het aanleren van gooien met een ronde frisbee aan een vierjarige, wiens levensmotto âik kan alles zelf en beter dan jijâ is, viel niet mee. Misschien heb jij het weleens gedaan en ging dat je geduldiger en minder verzuchtend af dan bij mij.
Het begon optimistisch: âJe houdt je arm zo, dan draai je hard en als je arm gestrekt is laat je losâ. De kleuter deed een poging; de frisbee landde 4 meter verderop en dat was minder ver dan de verwachting was.
Maar niet getreurd! Ze rende er enthousiast naartoe, pakte hem op en kwam weer terug met een vrolijk ânog een keer proberen!â. Ik dacht terug aan de theorie van praatje-plaatje-daadje (wat ik toch in het werkende leven al heel vaak had toegepast) en besloot mijn theoretische uitleg wat kracht bij te zetten door het zelf voor te doen. De frisbee vloog met een grote bocht een heel stuk verder. âWij zijn goed hĂ©â riep de kleuter. En inderdaad, het succes van de één is ook dat van het team. Mijn succes, was ook dat van haar. We oefenden samen en het ging steeds beter. Tot het kwartje viel en ze het helemaal zelf deed â de frisbee vloog zeker het halve voetbalveld over. Met een theatrale snoekduik door zij erachteraan en riep trots âIk kan het!â. En ik, nog trotser: âjij kunt het!â
Met je neus op de feiten
Dit drukte mij even met de neus op de feiten. Hoe vaak verwacht ik dat iemand iets na een simpele instructie zelf kan? Hoe vaak zucht ik geĂŻrriteerd als iets na twee keer uitleggen nog niet gaat. Herkenbaar, niet? Theorie versus praktijk. Prachtige modellen zoals situationeel leiderschap kunnen we mooi uitleggen en soms toepassen. Maar soms missen we de plank volledig.
Je roept na een (korte) uitleg bemoedigend âen nu jij!â en daar gaat je collega of medewerker onderuit. Omdat hij of zij het nog niet kan, of omdat nabijheid nodig is, of een voorbeeldrol. Leren met vallen en opstaan is cruciaal.
En vaak gaat dat vallen en opstaan niet met een lach zoals bij de kleuter. Je baalt, klaagt en staat op met een zucht. Maar als iemand naast je staat die je een hand reikt, helpt en samen successen viert, kun je vol trots roepen: âIk kan het!â. Dat je dan een high five geeft en samen viert dat het lukte! Eindelijk!
De volgende conclusies kon ik trekken:
đ Al is je instructie nog zo duidelijk, het geeft geen garantie tot succes.
đ Een âmislukteâ poging kan nog steeds een overwinning zijn. Wat ik zie als falen, hoeft voor een ander niet zo te zijn.
đ Lol hebben is belangrijker dan winnen. Meedoen ook.
đ§đœâđ€âđ§đœ Focus op het teambelang kan de mooiste resultaten opleveren.
âł Geduld, doorzettingsvermogen en vertrouwen van een leider zijn essentieel voor groei. Blijf samen proberen!
đ Het succes van één iemand, kan succes voor het hele team betekenen. Het falen kan een les zijn voor het hele team. Leer samen en vier je successen!


